İçeriğe geç
Yürürlükte Mehaz Kanun 2. hâli

Hollanda Medeni Kanunu Sekizinci Kitap (Ulaşım Araçları ve Taşıma) (Hollanda MK 8. Kitap)

Kabul tarihi
02.12.1991
Metnin dili
Felemenkçe
Metnin tarihi
01.07.2026
Madde sayısı
877

Madde 1590 geçmişi

Metin 1 kez değişmiş, toplam 0 değişiklik kaydı var.

Bugünkü metni

1. Behoudens de leden 3 en 4, zijn tot het instellen van de op de vervoerovereenkomst gegronde rechtsvorderingen gerechtigd:

a. de afzender tot het tijdstip waarop de geadresseerde

i. de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen,

ii. de zaken heeft aangenomen of

iii. de hem krachtens artikel 1565 lid 3 of artikel 1566 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden;

b. de geadresseerde vanaf het tijdstip waarop hij

i. de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen,

ii. de zaken heeft aangenomen of

iii. de hem krachtens artikel 1565 lid 3 of artikel 1566 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden.

2. Het recht van de geadresseerde om een rechtsvordering in te stellen, vervalt zodra de door hem overeenkomstig artikel 1566 lid 5 aangewezen persoon de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen, de zaken heeft aangenomen of de hem krachtens artikel 1565 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden.

3. De rechtsvordering tot terugbetaling van een bedrag dat op grond van de vervoerovereenkomst betaald is, komt slechts toe aan degene die de betaling heeft gedaan.

4. De rechtsvordering met betrekking tot rembours komt slechts toe aan de afzender.

5. Om rechtsvorderingen in te stellen moet de afzender de duplicaat-vrachtbrief overleggen. Bij gebreke daarvan moet hij een machtiging van de geadresseerde overleggen of bewijzen dat deze laatste de zaken heeft geweigerd. Indien nodig moet de afzender het bewijs leveren van het ontbreken of het verlies van de vrachtbrief.

6. Om rechtsvorderingen in te stellen moet de geadresseerde de vrachtbrief overleggen, indien deze aan hem is afgegeven.

Metnin değiştiği tarihler

  1. 1 Temmuz 2026

    Bu tarihe bağlanmış bir değişiklik kaydı bulunamadı; fark doğrudan iki hâlin metninden çıkarıldı.

    1 Temmuz 2026 tarihli hâli
    1. Behoudens de leden 3 en 4, zijn tot het instellen van de op de vervoerovereenkomst gegronde rechtsvorderingen gerechtigd: a. de afzender tot het tijdstip waarop de geadresseerde i. de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen, ii. de zaken heeft aangenomen of iii. de hem krachtens artikel 1565 lid 3 of artikel 1566 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden; de afzender tot het tijdstip waarop de geadresseerde i. de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen, de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen, ii. de zaken heeft aangenomen of de zaken heeft aangenomen of iii. de hem krachtens artikel 1565 lid 3 of artikel 1566 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden; de hem krachtens artikel 1565 lid 3 of artikel 1566 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden; b. de geadresseerde vanaf het tijdstip waarop hij i. de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen, ii. de zaken heeft aangenomen of iii. de hem krachtens artikel 1565 lid 3 of artikel 1566 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden. de geadresseerde vanaf het tijdstip waarop hij i. de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen, de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen, ii. de zaken heeft aangenomen of de zaken heeft aangenomen of iii. de hem krachtens artikel 1565 lid 3 of artikel 1566 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden. de hem krachtens artikel 1565 lid 3 of artikel 1566 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden. 2. Het recht van de geadresseerde om een rechtsvordering in te stellen, vervalt zodra de door hem overeenkomstig artikel 1566 lid 5 aangewezen persoon de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen, de zaken heeft aangenomen of de hem krachtens artikel 1565 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden. 3. De rechtsvordering tot terugbetaling van een bedrag dat op grond van de vervoerovereenkomst betaald is, komt slechts toe aan degene die de betaling heeft gedaan. 4. De rechtsvordering met betrekking tot rembours komt slechts toe aan de afzender. 5. Om rechtsvorderingen in te stellen moet de afzender de duplicaat-vrachtbrief overleggen. Bij gebreke daarvan moet hij een machtiging van de geadresseerde overleggen of bewijzen dat deze laatste de zaken heeft geweigerd. Indien nodig moet de afzender het bewijs leveren van het ontbreken of het verlies van de vrachtbrief. 6. Om rechtsvorderingen in te stellen moet de geadresseerde de vrachtbrief overleggen, indien deze aan hem is afgegeven.
    1 Temmuz 2026 tarihli hâli
    1. Behoudens de leden 3 en 4, zijn tot het instellen van de op de vervoerovereenkomst gegronde rechtsvorderingen gerechtigd: a. de afzender tot het tijdstip waarop de geadresseerde i. de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen, ii. de zaken heeft aangenomen of iii. de hem krachtens artikel 1565 lid 3 of artikel 1566 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden; b. de geadresseerde vanaf het tijdstip waarop hij i. de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen, ii. de zaken heeft aangenomen of iii. de hem krachtens artikel 1565 lid 3 of artikel 1566 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden. 2. Het recht van de geadresseerde om een rechtsvordering in te stellen, vervalt zodra de door hem overeenkomstig artikel 1566 lid 5 aangewezen persoon de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen, de zaken heeft aangenomen of de hem krachtens artikel 1565 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden. 3. De rechtsvordering tot terugbetaling van een bedrag dat op grond van de vervoerovereenkomst betaald is, komt slechts toe aan degene die de betaling heeft gedaan. 4. De rechtsvordering met betrekking tot rembours komt slechts toe aan de afzender. 5. Om rechtsvorderingen in te stellen moet de afzender de duplicaat-vrachtbrief overleggen. Bij gebreke daarvan moet hij een machtiging van de geadresseerde overleggen of bewijzen dat deze laatste de zaken heeft geweigerd. Indien nodig moet de afzender het bewijs leveren van het ontbreken of het verlies van de vrachtbrief. 6. Om rechtsvorderingen in te stellen moet de geadresseerde de vrachtbrief overleggen, indien deze aan hem is afgegeven.