İçeriğe geç
Yürürlükte Mehaz Kanun 2. hâli

Hollanda Medeni Kanunu Sekizinci Kitap (Ulaşım Araçları ve Taşıma) (Hollanda MK 8. Kitap)

Kabul tarihi
02.12.1991
Metnin dili
Felemenkçe
Metnin tarihi
01.07.2026
Madde sayısı
877

Madde 560 geçmişi

Metin 1 kez değişmiş, toplam 0 değişiklik kaydı var.

Bugünkü metni

1. De hulpverlener is jegens de reder van het schip of de rechthebbende op andere in gevaar verkerende zaken verplicht:

a. de hulpverlening met de nodige zorg uit te voeren;

b. bij de nakoming van de in onderdeel a bedoelde verplichting de nodige zorg te betrachten om milieuschade te voorkomen of te beperken;

c. in alle gevallen, waarin de omstandigheden dit redelijkerwijze vereisen, de bijstand in te roepen van andere hulpverleners; en

d. de tussenkomst van andere hulpverleners te aanvaarden, wanneer hierom redelijkerwijze wordt verzocht door de reder of de kapitein van het schip of de rechthebbende op andere in gevaar verkerende zaken, met dien verstande dat het bedrag van zijn beloning niet wordt verminderd, indien mocht blijken dat het verzoek onredelijk was.

2. De reder en de kapitein van het schip of de rechthebbende op andere in gevaar verkerende zaken zijn jegens de hulpverlener verplicht:

a. gedurende de hulpverlening volledig met hem samen te werken;

b. daarbij de nodige zorg te betrachten om milieuschade te voorkomen of te beperken; en

c. wanneer het schip of de andere zaken in veiligheid zijn gebracht, teruggave daarvan te aanvaarden wanneer zulks redelijkerwijze door de hulpverlener wordt verzocht.

3. Nietig is ieder beding, waarbij van onderdeel b van het eerste of tweede lid wordt afgeweken.

Metnin değiştiği tarihler

  1. 1 Temmuz 2026

    Bu tarihe bağlanmış bir değişiklik kaydı bulunamadı; fark doğrudan iki hâlin metninden çıkarıldı.

    1 Temmuz 2026 tarihli hâli
    1. De hulpverlener is jegens de reder van het schip of de rechthebbende op andere in gevaar verkerende zaken verplicht: a. de hulpverlening met de nodige zorg uit te voeren; de hulpverlening met de nodige zorg uit te voeren; b. bij de nakoming van de in onderdeel a bedoelde verplichting de nodige zorg te betrachten om milieuschade te voorkomen of te beperken; bij de nakoming van de in onderdeel a bedoelde verplichting de nodige zorg te betrachten om milieuschade te voorkomen of te beperken; c. in alle gevallen, waarin de omstandigheden dit redelijkerwijze vereisen, de bijstand in te roepen van andere hulpverleners; en in alle gevallen, waarin de omstandigheden dit redelijkerwijze vereisen, de bijstand in te roepen van andere hulpverleners; en d. de tussenkomst van andere hulpverleners te aanvaarden, wanneer hierom redelijkerwijze wordt verzocht door de reder of de kapitein van het schip of de rechthebbende op andere in gevaar verkerende zaken, met dien verstande dat het bedrag van zijn beloning niet wordt verminderd, indien mocht blijken dat het verzoek onredelijk was. de tussenkomst van andere hulpverleners te aanvaarden, wanneer hierom redelijkerwijze wordt verzocht door de reder of de kapitein van het schip of de rechthebbende op andere in gevaar verkerende zaken, met dien verstande dat het bedrag van zijn beloning niet wordt verminderd, indien mocht blijken dat het verzoek onredelijk was. 2. De reder en de kapitein van het schip of de rechthebbende op andere in gevaar verkerende zaken zijn jegens de hulpverlener verplicht: a. gedurende de hulpverlening volledig met hem samen te werken; gedurende de hulpverlening volledig met hem samen te werken; b. daarbij de nodige zorg te betrachten om milieuschade te voorkomen of te beperken; en daarbij de nodige zorg te betrachten om milieuschade te voorkomen of te beperken; en c. wanneer het schip of de andere zaken in veiligheid zijn gebracht, teruggave daarvan te aanvaarden wanneer zulks redelijkerwijze door de hulpverlener wordt verzocht. wanneer het schip of de andere zaken in veiligheid zijn gebracht, teruggave daarvan te aanvaarden wanneer zulks redelijkerwijze door de hulpverlener wordt verzocht. 3. Nietig is ieder beding, waarbij van onderdeel b van het eerste of tweede lid wordt afgeweken.
    1 Temmuz 2026 tarihli hâli
    1. De hulpverlener is jegens de reder van het schip of de rechthebbende op andere in gevaar verkerende zaken verplicht: a. de hulpverlening met de nodige zorg uit te voeren; b. bij de nakoming van de in onderdeel a bedoelde verplichting de nodige zorg te betrachten om milieuschade te voorkomen of te beperken; c. in alle gevallen, waarin de omstandigheden dit redelijkerwijze vereisen, de bijstand in te roepen van andere hulpverleners; en d. de tussenkomst van andere hulpverleners te aanvaarden, wanneer hierom redelijkerwijze wordt verzocht door de reder of de kapitein van het schip of de rechthebbende op andere in gevaar verkerende zaken, met dien verstande dat het bedrag van zijn beloning niet wordt verminderd, indien mocht blijken dat het verzoek onredelijk was. 2. De reder en de kapitein van het schip of de rechthebbende op andere in gevaar verkerende zaken zijn jegens de hulpverlener verplicht: a. gedurende de hulpverlening volledig met hem samen te werken; b. daarbij de nodige zorg te betrachten om milieuschade te voorkomen of te beperken; en c. wanneer het schip of de andere zaken in veiligheid zijn gebracht, teruggave daarvan te aanvaarden wanneer zulks redelijkerwijze door de hulpverlener wordt verzocht. 3. Nietig is ieder beding, waarbij van onderdeel b van het eerste of tweede lid wordt afgeweken.